Prof. dr. László Marácz werd in 1960 geboren in Utrecht. Zijn ouders verlieten Hongarije na de Hongaarse Opstand in oktober 1956. Hij kreeg in 1976-1977 een jaar schermtraining onder maître Nagy en heeft sinds kort het wapen bij Pallós weer opgepakt. Professor Marácz is verbonden aan de capaciteitsgroep Europese studies van de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft hier elke maand een column over het verband tussen de schermsport, Pallós en Hongarije.

Schermen en Hongaren (VII): Interactief schermtrainen in de eenentwintigste eeuw

Geplaatst 1 jun. 2017 04:50 door Melle Berg

We leven in een snelle tijd vol heftige veranderingen. Hoewel schermen met het elektrische jureersysteem haast iets futuristisch heeft, wortelt de techniek en taktiek van het schermen in oude Europese tradities. De vraag dringt zich op of de schermsport verder geïnnoveerd kan worden in de 21ste eeuw. Er is ongetwijfeld veel mogelijk in de schermsport: het elektrische jureersysteem kan draadloos worden zodat schermers zich nog vrijer kunnen bewegen op de loper en de wisselingen van schermers in grote toernooien op de loper sneller kan; de 3D-techniek kan aangewend worden om de greep van het schermwapen precieser voor iedere hand te maken (zie mijn interview met David van Nunen), etc. Kunnen de nieuwe communicatiemogelijkheden aangewend worden om schermtrainingen te ondersteunen? Video-analyse in vertraging wordt inmiddels bij vele soorten sportevaluaties toegepast. Dit geldt ook voor het schermen, ook al omdat acties zo snel gaan, is het zonder vertraagde video-analyse bijna niet meer mogelijk om schermacties goed te evalueren.

Hongaarse School
De Hongaarse school voor schermtrainingen is onwikkeld door László Bosódy in het begin van de twintigste eeuw. Deze officier startte zijn loopbaan in het Oostenrijks-Hongaar leger en legde de basis voor zijn schermloopbaan als maître op de officierenopleiding in Wiener Neustadt. De essentie van de Hongaarse school is de analytische training. Elk element van een handeling wordt apart getraind waarna de hele actie als organisch geheel kan worden geoefend. Verder wordt ook een tegenactie geoefend voor elke actie, zodat er een patroon ontstaat dat lijkt op een schematische schaakwedstrijd. Borsódy heeft veel succes behaald met zijn analytische methoden, gezien het grote aantal schermkampioenen, die Hongarije heeft opgeleverd. Ook onder het communisme ging de ontwikkeling van de Hongaarse School verder. De handboeken van Hongaarse maîtres, zoals István Lukovich (https://www.amazon.com/Fencing-Modern-International-Istvan-Lukovich/dp/0965946819) behoren tot het standaard lesmateriaal van iedere schermcoach. Hoewel dit uitvoerige studies zijn, zijn de boeken moeilijk te hanteren en de dynamische handelingen worden weergegeven met tekeningen die behoorlijk wat voorstellingsvermogen vereisen.

Ákos Patócs
In Hongarije is er nu een technologische innovatie doorgevoerd om de trainingsmethoden van de Hongaarse School toegankelijk te maken. Deze technologische vernieuwing valt ook samen met een wisseling van de wacht als het gaat om de theoretische studie van het schermen in Hongarije. Een generatie van jonge schermcoaches staat klaar om het werk over te nemen. Een van die jonge coaches is Ákos Patócs, die zijn schermloopbaan begon bij de schermvereniging van de Medische Semmelweis Universiteit in Boedapest vernoemd naar de Olympisch kampioen Rudolf Kárpáti (wikipedia.org). Patócs promoveerde op een onderwerp uit de sportpsychologie en deelde tijdens zijn assistentschap op de Semmelweis een kamer met de grote meester van de schermcoaches István Lukovich. Dr. Patócs is inmiddels docent aan de Universiteit voor Lichamelijke Oefening in Boedapest waar hij hoofdcoach voor sabel is (tf.hu). Hij houdt zich wat zijn onderzoek betreft bezig met de cognitieve eigenschappen van Hongaarse topschermers. Nu heeft Patócs de eerste interactieve schermtrainingscursus ontwikkeld. De eerste in een serie van drie Engelstalige boekjes is inmiddels op de markt verschenen onder de titel Interactive fencing – sabre, (ISBN 9789634249849, 2016, te bestellen op pbtfencing.com). De eerste publicatie biedt een complete sabelcursus en in de loop van het jaar verschijnen de interactieve trainingscursussen ook voor floret en degen.

Interact Fencing
De inhoudsopgave van Interact Fencing volgt in grote lijnen die van de handboeken van Lukovich. Het boekjes telt 85 pagina’s en gaat vergezeld met 78 demonstraties van de korte teksten op korte videotjes. Alle acties worden in een diagram gepresenteerd in de vorm van antwoorden op de vragen wat?, waarom?, en hoe? De videotjes kunnen worden opgeroepen via een QR-code die op een i-pod of smartphone zichtbaar wordt waardoor de lezer op een filmpje meteen kan zien hoe de handeling moet worden uitgevoerd. Alle acties worden twee keer uitgevoerd, een keer door een jeugdschermer en een keer door een seniorschermer. Het behoeft geen betoog dat er een proliferatie onstaat van praktische mogelijkheden: de schermer bekijkt voor de training een actie en geeft de coach aan wat hij/zij wil trainen; trainer en schermer bekijken een bepaalde oefening op de smartphone tijdens de training en voeren dat meteen uit etc, etc. Met dit werk heeft Patócs als theoreticus de estafettestok van zijn meester Lukovich overgenomen en de internationale schermwereld een grote dienst bewezen door de Hongaarse School heel dicht bij de schermers en hun coaches te brengen. Immers iedereen heeft tegenwoordig wel een smartphone.

Schermen en Hongaren (VI): Over het moderne sabelschermen en hoe er mee om te gaan

Geplaatst 18 apr. 2017 06:07 door Melle Berg   [ 18 apr. 2017 06:09 bijgewerkt ]

Op 19 maart 2016 zond de Hongaarse televisie een gesprek uit tussen de oude meester, de meervoudig Olympisch en wereldkampioen op sabel, Tibor Pézsa (82), en András Szatmári (24), grote belofte van de Hongaarse sabelsport die op de elfde plaats staat van de FIE ranking (fie.org). Het gesprek, dat bijna een uur duurde, ging over de grote veranderingen in de schermsport in het algemeen en meer in het bijzonder in het domein van de sabel. Pézsa verzorgt momenteel de trainingen van de Hongaarse nationale damesselectie sabel. Szatmári begon zijn loopbaan onder György Gerevich (de zoon van de legendarische sabelkampioen Aladár Gerevich, die we nog kennen uit editie III, red.) bij sportclub Vasas in Boedapest. De Hongaren zien de sabel nog steeds als hun nationale wapen en verwonderen zich erover wat er in de sabelsport het laatste decennium gebeurd is. Pézsa stelt het als volgt. “We zijn de hegemonie over het sabelschermen kwijtgeraakt. Heeft de rest van de wereld alles van ons afgekeken of hebben we niet de evolutie doorgemaakt die de andere (vooral de Koreanen, LM) wel hebben doorgemaakt? We moeten deze vraag grondig bestuderen.”
Het gesprek werd een boeiende confrontatie tussen jong en oud, ervaren–onervaren, en olympisch goud- en de hunkering naar olympisch goud. Uit deze spanning kwamen belangrijke lessen over het moderne schermen naar voren.
Volgens Szatmári is het sabelschermen een grote sprintwedstrijd geworden waarbij het belangrijk is wie de aanval toegewezen krijgt op basis van de snelste start. Hierbij gaat het om fracties van een seconde. Verder is het schermen veel meer fysiek geworden. Het is bijna niet meer mogelijk om in de top mee te komen boven je veertigste. De Italiaanse sabreur Aldo Montano is een uitzondering.
Volgens Szatmári is de mentale voorbereiding wel belangrijk maar niet het allerbelangrijkste. Wel is het volgens hem nodig om focus te houden. In Grand Prix wedstrijden is het tegenwoordig bij 13-8 nog niet afgelopen. Een misser kan ervoor zorgen dat de tegenstander terug kan komen in de wedstrijd en de scheidsrechter meekrijgt. Szatmári observeert ook dat techniek minder belangrijk is geworden. Deelnemers aan Grand Prix wedstrijden hebben vaak een armoedige techniek. Dat geldt inmiddels ook voor sommige Hongaarse schermers.
Volgens Pézsa blijft techniek weldegelijk van belang. Snelheid van de actie heeft met de beheersing van de techniek van het wapen te maken. Snelheid van een actie kan vergroot worden door alle elementen van een actie apart te analyseren en te perfectioneren, dat is de essentie van de Hongaarse school. Training is volgens Pézsa van fundamenteel belang: excellente trainers, maar ook het hoge niveau van de sparringpartners is van belang, en daar ontbreekt het tegenwoordig aan. “Szatmári kan op zijn niveau met niet zoveel andere Hongaarse sabreurs trainen. Vroeger stonden er in een Hongaarse schermzaal een dozijn olympische kampioenen. Dat is niet meer zo. Dat is een probleem.” Taktiek is wezenlijk en deze is gebaseerd op een diepgaande bestudering van de tegenstanders. Volgens Pézsa is schermen geen schaken, geen automaat. Schermers dienen op de training veel verschillende opties aangeboden te krijgen, twee, drie, vier, of vijf. De situaties op de trainingen moeten altijd gecontextualiseerd worden. Denken loopt parallel met techniek. “Een houw op het masker is geen houw op zich maar bevindt zich altijd in een concrete situatie.” Szatmári: In het moderne sabel zijn de benen belangrijker dan de armen geworden. Om de moderne directe aanval “de sprint” uit te voeren is het trainen van been- en rugspieren van belang, voor de opbouw van snelheid. Volgens Pézsa kun je schermen vooral trainen door te schermen en is dit niet te vervangen met andere sporten.
Szatmári observeert dat de opkomst van de Koreanen de laatste vijf-zes jaar een grote verrassing is. “Ze beschikken nauwelijks over techniek, wel over een enorme conditie, snelheid en veerkracht. Dat laatste is waarschijnlijk niet haalbaar voor Europeanen in diezelfde mate. Het sabelschermen is gesimplificeerd tot aan het lachwekkende toe, veel simultane en “sprintjes” vanaf de start. De Koreanen denken niet bij het schermen, maar handelen automatisch. Er zitten geen diepere gedachten achter, je kunt dat alleen door ‘afstand’ verdedigen, hierdoor is er geen strijd en is de preparatie overbodig.” Volgens Szatmári reageren de Koreanen niet op hun tegenstander maar duwen ze gewoon door. Pézsa die vindt dat een schermer eerst drie Olympische cycli moet hebben doorlopen om tempo te beheersen gelooft daar niets van en ziet weldegelijk mogelijkheden om de hardlopers te beteugelen.
Volgens Pézsa is de analyse van de tegenstander wezenlijk en moet je op basis daarvan een bewuste actie bepalen. Als je Koreaanse tegenstander slechts twee acties beheerst, dan moet je in staat zijn die twee acties te neutraliseren. Volgens Pézsa is de controle van afstand belangrijk geworden, de verandering van het schermen heeft te maken met afstand. Er zijn volgens hem verschillende taktieken die tegen de snelle sprint van Koreanen en andere hardloopschermers kunnen worden ingezet: 1. Bij een directe aanval van je tegenstander vanaf en garde niet naar achteren weglopen maar tot het laatst mogelijke moment wachten, dan wering inzetten, eventueel met een pas terug. Hier is snelle wering en voetenwerk effectief; 2. Snelle interceptie via aanval op het wapen, beat of binden. Het effect hiervan is dat aanvaller zijn greep opnieuw moet aanknijpen. Dan is er ruimte om tegenaanval in te zetten; en 3. Schijnbewegingen (steken en weringen) kunnen al op de startpositie worden ingezet. Van het eerste moment van de start tot het overbruggen van de drie meter is qua tijd heel veel en is er dus nog genoeg tijd om schijnbewegingen in te zetten. Dat kan bijvoorbeeld via voetenwerk, arm- en handbewegingen. Deze dienen ertoe om de tegenstander onzeker te maken over zijn aanval.

Schermen en Hongaren (V): tien vragen aan David van Nunen

Geplaatst 12 feb. 2017 05:55 door Melle Berg

László Marácz (LM): Wanneer ben je begonnen met schermen?


David van Nunen (DvN): Op mijn 10e ben ik begonnen met schermen, dus in 2005.


LM: Je schermt op degen. Waarom je keuze voor dit wapen?


DvN: Met degenschermen ben je het meest vrij in je actiekeuze; je mag het hele lichaam raken en je hoeft geen rekening te houden met het recht van aanval. Hierdoor ben je ook minder ‘afhankelijk’ van de scheidsrechter. Deze vrijheid brengt juist wel weer een heel scala aan tactieken met zich mee.


LM: Wat zijn je belangrijkste resultaten tot nu toe?


DvN: Afgelopen EK zijn we 11e geworden met het Nederlands team. Verder heb ik twee keer brons gehaald op het Nederlands kampioenschap en was ik finalist bij de internationaal sterke Reutlinger Allstar Cup in 2015.


LM: Je bent lid van de Nederlandse degenselectie. Wat zijn je doelstellingen?


DvN: Dit jaar ligt de uiteindelijke focus op het WK Leipzig in juli en de Universiade te Taipei in augustus. De afgelopen jaren heb ik enorme sprongen gemaakt in niveau en dat wil ik doorzetten. De spelen in Tokio (2020) zijn dan het focuspunt.


LM: Schermen in Nederland staat internationaal niet hoog in aanzien. Wat betekent dat voor jou als topschermer?  


DvN: In Nederland hebben we weinig schermers op hoog niveau. Dit betekent dat kwaliteitsparring lastig te vinden is. Ook hebben wij geen reguliere nationale trainingen en voorzieningen. Hierdoor is het altijd erg zoeken naar de juiste trainingsmogelijkheden. Zo train ik bij vier verenigingen in Nederland (waaronder s.v. Pallós in Utrecht) en reis ik voor wedstrijden meestal naar het buitenland af.


LM: Je bent net terug van een toernooi in Hongarije. Hoe ver ben je in het toernooi gekomen en wat heb je geleerd?


DvN: Bij het U23 toernooi in het Europees circuit in Hongarije ben ik 12e geworden. Het is duidelijk te zien dat de Hongaarse top veel breder is dan de Nederlandse.


LM: Noem een aantal verschillen tussen de schermsport in Hongarije en Nederland.


DvN: In Hongarije ligt het basisniveau van schermers hoger dan in Nederland. Hongarije behoort ook altijd tot de wereldtop. Technisch is er ook heel veel kennis en een eigen - Hongaarse -  stijl van  schermen. In Nederland hebben wij ook een Hongaarse bondscoach en wanneer ik met hem train, dan let hij ook veel meer op de technische uitvoering van hoe je een actie maakt dan Nederlandse trainers.


LM: Hoe zou de schermsport in Nederland op een hoger niveau gebracht kunnen worden?  


DvN: De top moet breder worden voor een betere onderlinge sparring. Afgelopen jaren heeft de bondscoach Gábor Salomon veel talentvolle schermers getraind en ook trainers verder opgeleid. Het was zichtbaar dat het niveau omhoog ging van Nederland. Nu zijn er geen financiën meer vanuit de bond voor een fulltime bondstrainer en hebben we slechts enkele weekenden in het jaar trainingskampen waar Gabor aanwezig is. Wij, de schermers, moeten elkaar opzoeken en elkaar op  een hoger niveau helpen. Om de gemiste les te compenseren is het DBT (degen begeleidings team) opgericht met enthousiaste talentvolle trainers die de selectie training geven. Omdat wij weinig faciliteiten hebben, moeten we ook zelf actief bezig zijn met zoeken naar hoe we beter kunnen worden. Ook een wedstrijdbudget zou helpen, zodat de topschermers zich kunnen focussen op het schermen en er minder naast hoeven te werken (of minder in de schulden lopen).


LM: Je studeert industriële vormgeving aan de TU in Delft. Denk je ook na over innovatie in de schermsport?


DvN: Jazeker, vorig jaar heb ik bijvoorbeeld een project gedaan binnen studie voor het maken van een nieuwe handgreep voor de degen. (zie artikel: tudelft.nl)


LM: Je bent student. Heb je wel genoeg tijd voor het studentenleven naast topsport?


DvN: Haha, niet bijzonder veel. Over het algemeen is het dagelijks ’s ochtends kort trainen, dan studie tot half zes, vervolgens eten en dan ’s avonds trainen. In de weekenden wedstrijden of werken om het financieel allemaal rond te krijgen. Dus ja, dan zit het al aardig vol.

Extra editie: Schermanalyse, schermtrainingen op DVD

Geplaatst 21 jan. 2017 07:54 door Melle Berg

Vroeger moest je erg je best doen om bewegende beelden van schermen te zien. Er was (en er is) immers in de reguliere sportprogramma’s nauwelijks aandacht voor deze tak van sport. Tegenwoordig met Internet zijn er meer mogelijkheden. Op YouTube is er veel schermmateriaal te vinden, beelden van allerlei wedstrijden, nationale, internationale, Olympische toernooien, etc. maar deze beelden zijn nogal willekeurig en niet geschikt om schermtrainingen voor beginners en gevorderden te ondersteunen. Er dient zich bij de digitalisering van schermbeelden nog een ander groot probleem aan. De acties op de loper gaan vaak zo snel dat willekeurige beeldfragmenten van wedstrijden niet erg geschikt zijn om als lesmateriaal te dienen. Soms kun je wel opnamen vinden in slow-motion gefilmd maar dat is wel even zoeken. Het samenstellen van de verschillende aspecten van de schermtraining op DVD ligt meer voor de hand. Het is echter niet eenvoudig om goed materiaal te vinden. Een degelijk trainingspakket op DVD van een zeer goede technische kwaliteit wordt aangeboden door het Britse schermbrand Leon Paul in samenwerking met de schermzaal van Peter Russell. De DVDs zijn samengesteld, voor een deel uitgevoerd en worden voor een deel van commentaar voorzien door Peter Russell zelf. Russell is een Britse maître die een schermzaal leidt in Cardiff (Wales) en zijn schermopleiding in Duitsland heeft genoten (http://www.russellswords.com/index.php?page=home). Er komen naast Russell nog vele andere, vooral Britse schermexperts op de DVDs aan het woord.
    Het complete schermpakket bestaat uit zes DVDs elk met een speeltijd van twee uur, twee voor ieder wapen, dat wil zeggen floret, degen en sabel. Voor ieder wapen is er één DVD voor beginners en één voor gevorderden, die ook veel informatie en praktische adviezen biedt op het terrein van wedstrijdvoorbereiding. De opnames op de DVDs met in de hoofdrol een meester en leerling waarmee de kijker zich dient te identificeren zijn overzichtelijk. Hierdoor is de introductie van verschillende schermtechnieken goed te volgen. De DVDs hebben twee sterke punten. Ten eerste kennen ze een zorgvuldige opgebouwde, systematische, en structurele indeling. In de vier uur speeltijd die elk wapen krijgt, komt eigenlijk alles in afzonderlijke hoofdstukken aan bod. Allerlei vormen van wapenhandelingen, zoals aanvallen, weren, samengestelde acties, schijnaanvallen, tegenaanvallen, hernieuwde aanvallen, etc. staan in de focus van vooral de eerste serie DVDs. De tweede serie DVDs voor gevorderden gaan meer in op de ondersteunde technieken en vaardigheden en ingewikkeldere aanvallen en weringen. De tweede serie DVDs bevatten nuttige adviezen op het terrein van taktiek, warming-up, strechting, gymnastiek, krachttraining voor schermers, voetenwerk, voorbereiding op de wedstrijd en mentale training. Het tweede sterke punt van het DVD-pakket is het hoge analytische gehalte van de acties, die worden getoond en besproken. Elke actie met wapen wordt “in stukken gehakt” en gefaseerd getoond, zodat alle bestandsdelen van de betreffende actie vertraagd te zien zijn. Hierna wordt de actie in zijn normale snelheid als een organische en een vloeiende beweging uitgevoerd. Om de vloeiende beweging te leren is trainingsarbeid nodig maar de analytische interpretatie van de actie geeft de mogelijkheid om de techniek ervan perfect te leren. Nuttig is dat bij elke handeling ook de meeste voorkomende fouten in beeld gebracht worden, zodat vooral beginners hardnekkige fouten kunnen vermijden of verwijderen uit hun cognitieve systeem. Het beste is om het hele pakket, de zes DVDs samen te bestuderen om zo een compleet overzicht van de schermsport goed en duidelijk op het netvlies te krijgen en de kruisbestuivingen tussen de verschillende wapens in kaart te brengen.


De DVD's zijn hier te verkrijgen (amazon.com)

Schermen en Hongaren (IV): Mentale fitheid en andere sportpsychologische trainingstechnieken met Aladar Kogler

Geplaatst 5 jan. 2017 04:11 door Melle Berg   [ 21 jan. 2017 07:47 bijgewerkt ]

Dr. Aladar Kogler (1932-) is een specialist op het terrein van mentale fitheid en sportpsychologie voor schermers. Kogler heeft een indrukwekkende staat van dienst. Tot 1981 was hij bondscoach van de Tsjechoslowaakse nationale schermploeg. In 1983 werd hij directeur van het Sportpsychologisch Instituut aan Columbia University in New York. In de 28 jaar dat hij daar onderzoek deed naar de mentale aspecten van topsport waaronder topschermen, was hij ook het hoofd van het Amerikaanse nationale schermtrainingscentrum dat eveneens aan Columbia is verbonden. Als bondscoach en toptrainer heeft hij uitstekende resultaten bereikt met Amerikaanse schermers op nationale, internationale en Olympische wedstrijden.

    Maïtre Nagy heeft er in zijn interview al op gewezen dat de grootste bijdrage van Hongarije aan de schermsport is dat vele getalenteerde coaches het land verlieten tijdens het communisme waardoor de Hongaarse School over de hele wereld kon uitwaaieren. Aladar Kogler woonde weliswaar in Tsjechoslowakije maar was lid van de Hongaarse minderheid in Slowakije, die na de Tweede Wereldoorlog aan de verkeerde kant van de grens terechtkwam. Kogler beschouwt zich derhalve als een vertegenwoordiger van de Hongaarse School. Hij was in communistisch Tsjechoslowakije bondscoach van de nationale schermploeg voordat hij het land in 1981 verliet. Kogler heeft zijn hele leven toegelegd op de studie en ontwikkeling van trainingsprogramma’s ter verbetering van de mentale fitheid bij sporters maar vooral bij topschermers. Zijn ervaringen en analysen heeft hij opgeschreven in twee leesbare boeken: The Mental Preparation of Fencers and Others: awareness-based concentrative analysis and mind fitness training (2013, Sword Play Books, New York) en One Touch at a Time: psychological processes in fencing (Second edition, 2005, Sword Play Books, New York).

    Zijn centrale sportprobleem is het aloude probleem dat je de ene week geweldig in vorm bent, mooie acties op de loper uitvoert en touchés aan de lopende band scoort maar een week later lijkt niets te lukken en begint de twijfel toe te slaan: 'kan ik het nog wel?' We krijgen in zijn boeken uitvoerig antwoord op vragen als: 'hoe kan je in een partij de wedstrijd kantelen?' 'Wat moet je doen om niet de moed te verliezen als je op achterstand staat?' 'Waarom zijn het eerste en het derde punt van belang in een partij van vijf punten?' etc. Kogler denkt dat dergelijke zwenkingen in de 'vorm' van de dag te maken hebben met mentale fitheid en weerbaarheid. Vele scherm- en andere topsportcoaches geven toe dat psychologische aspecten in topsport onwaarschijnlijk belangrijk zijn, dat ‘fighting spirit’ belangrijker is dan techniek en tactiek en voor tachtig procent het succes van een topschermer bepaalt. Desondanks wordt er weinig of geen aandacht besteed aan systematische training van mentale fitheid en weerbaarheid.

    Mentale fitheid en weerbaarheid is door Kogler in de 28 jaar dat hij actief was op Columbia intensief  onderzocht en uitgetest op Amerikaanse topschermers. Dit heeft geleid tot het trainingsprogramma dat hij A-COAN (awareness-based concentrative analysis) noemt. Het doel van A-COAN is om tijdens de partij stress – de belangrijkste veroorzaker van het falen in wedstrijden volgens Kogler – volledig onder controle te hebben. In de trainingssituaties kan dit geoefend worden, zodat je een gewenning opbouwt vanuit de trainingssituatie. De kunst bestaat uit het activeren van die gewenning tijdens de wedstrijd wanneer stress toeslaat. Zelf-analyse waarbij je leert negatieve emoties te verwijderen uit je cognitieve systeem, meditatie-, visualisatie- en schrijfoefeningen spelen een belangrijke rol in A-COAN.   

    In ‘One Touch at a Time’ doet Kogler een autobiografische tip van de sluier omhoog. Hij vertelt openhartig over zijn ontberingen als lid van de Hongaarse minderheid in Tsjechoslowakije, dat na 1945 in de ban van het communisme raakt. Zijn oudere broer vluchtte naar het Westen; zijn vader pleegde zelfmoord bij dit nieuws en zijn moeder raakte verlamd. Kogler zelf gaat op jonge leeftijd bewust in de Tsjechoslowaakse mijnen werken waardoor hij als arbeider in communistisch Tsjechoslowakije toestemming krijgt om te sporten. Aanvankelijk wil hij zelf topschermer worden maar voor een internationale wedstrijd in nota bene de bevriende DDR krijgt hij bezoek van de veiligheidsdienst. Die zetten hem onder druk of hij met een smoes zijn broer uit het Westen wil teruglokken. Hij weigert mee te werken en dit is het einde van zijn actieve loopbaan als sporter. Hij besluit daarop schermcoach te worden en zich toe te leggen op mentale training. Daarin is hij al heel ver gekomen. Hij heeft zich namelijk na de oorlog in yoga gespecialiseerd omdat het gezin Kogler thuis in Hongarije toevallig nog een yogaboek had liggen. Kogler bekwaamt zich – zonder hulp van een leraar! – in deze Oosterse meditatietechniek, ondanks dat het onder het communisme verboden is. Hij is zeer gemotiveerd om yoga onder de knie te krijgen, omdat hij door mentale fitheid en weerbaarheid het communisme wil overleven. Later zien de communisten dat sportpsychologie van enorm belang is voor het winnen van topwedstrijden en komt Kogler als topschermcoach in beeld. Hij neemt de  mentale coaching van de Tsjechoslowaakse topschermers voor zijn rekening, totdat hij in 1981 het communisme definitief de rug toekeert.


De boeken van Kogler zijn hier te vinden:
  • The Mental Preparation of Fencers and Others (bol.com)
  • One Touch at a time (amazon.com)

Schermen en Hongaren (III): Tien vragen aan Lajos Nagy

Geplaatst 27 nov. 2016 13:47 door Melle Berg   [ 21 jan. 2017 07:47 bijgewerkt ]

In het jaar 1976-1977 schermde ik een jaartje in Utrecht onder leiding van maître Lajos Nagy. Nagy, geboren op 1 mei 1945 te Boedapest, was als vluchteling naar Nederland gekomen. In 1976 nam hij de schermzaal van een andere Hongaarse maître, Ádám Béla over. In 1977 richtte Nagy de Utrechtse schermvereniging ‘Pallós’ op. Hij kan beschouwd worden als de ‘founding father’ van onze vereniging. Ik zocht de meester op en stelde hem tien vragen.


László Marácz (LM): Hoe kwam u in contact met de schermsport en hoe oud was u toen?


Lajos Nagy (LN): Ik begon op mijn negende te schermen. Mijn vader gaf me op als lid van BVSC (De Sportvereniging van de Boedapester Spoorwegen).[1] Ik had liever een buitensport willen doen, voetbal, atletiek, vijfkamp of zo.


LM: Op welk wapen schermt u het liefst en waarom?


LN: De eerste jaren deden we alleen voetenwerk en gymnastiek. We kregen pas in het derde jaar een wapen in de hand. Ik heb het schermen op floret geleerd. Ik was echter meer geïnteresseerd in sabel. In die jaren (begin vijftig van de vorige eeuw, LM) was het Hongaarse sabelschermen onverslaanbaar. De wedstrijden verliepen niet via een knock-outsysteem maar vonden plaats in poules. De beste acht schermers kwamen in de finale en die schermden allen tegen elkaar. Op een wereldkampioenschap sabel waren er maar liefst zeven Hongaarse sabreurs in de finale. Hierna werd de regel ingevoerd dat ieder land met maar twee schermers vertegenwoordigd mag zijn bij grote toernooien.


LM: Welk niveau heeft u gehaald?


LN: Ik schermde op topniveau. Helaas kreeg ik in mijn ontwikkeling een aantal zeer vervelende blessures. Op mijn negentiende kreeg ik een scheuring van de heupspieren en op mijn twintigste brak ik mijn pols. Vanwege dit blessureleed kon ik twee jaar niet deelnemen aan wedstrijden. Ik voelde dat mijn maître Aladár Gerevich mij afgeschreven had wat hij natuurlijk niet tegen mij zei.[2] Zo bleef mijn ontwikkeling als topschermer eigenlijk in mijn jeugd steken.


LM: Hoe bent u schermleraar geworden?


LN: Nadat mijn actieve schermloopbaan in de slop geraakt was, deed ik toelatingsexamen op de Sportacademie in Boedapest. In vier jaar haalde ik het diploma schermleraar. Dat betekende tevens het einde was mijn actieve schermloopbaan. Ik ging me toeleggen op het onderwijs van de schermsport en werd gediplomeerd schermleraar.


LM: Hoe kwam u in Nederland terecht en hoe werd u schermleraar in Nederland?


LN: In 1970 zocht de Oostenrijkse Schermbond een schermcoach, die het Oostenrijkse sabelteam zou klaarstomen voor de Olympische Spelen van München in 1972. De Oostenrijkse schermers verbleven langere tijd in Hongarije en trainden onder leiding van verschillende Hongaarse meesters. Ik werd benaderd door de Oostenrijkse Bond en kreeg  een officiële uitnodiging om in Oostenrijk aan het werk te gaan.  Onder het communisme kon men in het buitenland alleen werken als men toestemming had van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik werd ontboden op het ministerie en mij werd te verstaan gegeven dat ik de officiële toestemming alleen zou krijgen voor een ‘kleine wederdienst’ wat in de tijd van de Koude Oorlog regelrechte spionage betekende. Ik weigerde. Als represaille werd  mijn paspoort ingetrokken en werd ik daarna in de gaten gehouden door de communistische geheime dienst. Desondanks lukte het mij om samen met mijn vrouw en dochtertje van vier maanden oud om Hongarije te ontvluchten via Joegoslavië. In Oostenrijk werd ik hartelijk ontvangen en kon ik aan de slag met de Olympische schermselectie. Met de KNAS kwam ik in contact op een toernooi in Brussel. De toenmalige voorzitter van de bond die in dranken handelde, deed me een beter bod dan de Oostenrijkse Schermbond. Ik kon ook naar de VS en Duitsland. Samen met mijn vrouw kozen we voor Nederland. Ik wilde niet naar Duitsland en mijn vrouw niet naar de VS, zo werd het Nederland. Daarnaast was er in Nederland een Hongaarse schermleraar (Béla Ádám, LM) die sportleraar was aan de Universiteit van Utrecht en vlak voor zijn pensionering stond. Ik had dus een goede mogelijkheid om zijn baan te krijgen. Uiteindelijk gebeurde dat ook.


LM: Wat waren de hoogtepunten voor u als schermcoach in Nederland? En wat waren de dieptepunten?


LN: Ik had de supervisie over de Nederlandse sabelequippe die tijdens internationale wedstrijden de beste zestien haalde. Ik heb Nederlandse kampioenen afgeleverd. [3] Tot mijn belangrijkste dieptepunt hoorden de intriges van sommige andere Nederlandse schermcoaches. Een van mijn pupillen, Ben Derksen, mocht Nederland ondanks het feit dat hij zich gekwalificeerd had voor de wereldkampioenschappen in Melbourne in 1979 Nederland op dat toernooi niet vertegenwoordigen. Een andere schermer kreeg de voorkeur die daar duidelijk niet op zijn plaats was. Dat bleek ook, zonder gewonnen wedstrijd overleefde hij de voorronde niet.


LM: Hoe kreeg de Utrechtse schermvereniging zijn naam ‘Pallós’?


LN: In het Nederlands leidt de naam “Nagy” (spreek uit [nodj] en betekent “groot” in het Hongaars, LM) tot een onduidelijke uitspraak en dus tot verwarring. Vandaar dat we als naam voor de schermvereniging de meisjesnaam van mijn vrouw (Vilma) Pallós (spreek uit [palloosh], LM) hebben gekozen.[4]


LM: Hoe zag u in de jaren zeventig en tachtig de ontwikkeling van de Nederlandse schermsport?


LN: Toen ik in Nederland aankwam,had de schermsport het niveau van amateurs, zeker als je dat vergelijkt met Oost-Europa. In het begin begreep ik ook niet waarom iemand wilde schermen als hij geen ambitie had om kampioen te worden. In Hongarije bestond er in die tijd geen recreatiesport, alleen topsport. Vandaar dat ik mijn pupillen moest enthousiasmeren om iedere dag te trainen. Zonder dagelijkse training is het niet mogelijk om resultaten te behalen. Het lukte mij om een aantal van mijn pupillen zoals Gert Camfferman te ‘begeesteren’. Er is helaas veel tijd nodig om goed te leren schermen. Frustrerend was dat wanneer mijn pupillen technisch beter werden, ze hun studies in Utrecht afgerond hadden en de stad en dus ook de vereniging verlieten.


LM: Wat is de belangrijkste bijdrage van de Hongaarse schermsport aan de wereld? En wat heeft de Nederlandse schermsport te bieden?


LN: De belangrijkste bijdrage van de Hongaarse schermsport aan de wereld is dat na de Hongaarse Opstand van 1956 en ook later tijdens het communisme erg veel schermleraren het land ontvlucht zijn en zij, de Hongaarse schermcoaches hebben bijgedragen aan de verspreiding van het hoge niveau van training, zoals we dat in Hongarije kennen. Ik ben al een tijdje niet meer actief in de schermwereld waardoor ik niet goed kan inschatten waar de Nederlandse schermsport nu staat.


LM: Waar bent u nu mee bezig?


LN:Vanwege het feit dat ik ’s avonds schermtrainingen verzorgde, kon ik aan de dagopleiding van de Academie voor Geneeskunde in Hilversum een diploma halen. Ik opende een praktijk in mijn huis waar ik met acupunctuur, homeopathie, phytotherapie patiënten behandelde; ’s avond gaf ik schermles. Ik kwam er snel achter dat ik niet iedereen kon genezen, en dat ik het minste succes boekte met de bestrijding van bloedvatvernauwing. Vandaar dat ik een nieuwe therapie ontwikkelde met geluidsgolven, die ik sonotherapie heb gedoopt en waarop ik in 1989 een patent kreeg. Mijn praktijk en het Nederlandse patent heb ik echter verkocht in 1993 en keerde een jaar later  terug naar Hongarije. Ik opende een praktijk in mijn ouderlijk huis in Boedapest en behandel patiënten met bloedvatvernauwing (www.sonoterapia.hu).


LM: Veel dank voor dit interview, Lajos.



[1] BVSC (Budapesti Vasutas Sport Club, ‘Boedapester Spoorwegen Sportvereniging)) is een begrip in de Hongaarse sport. De club werd opgericht in 1911. De sportvereniging van spoorwegarbeiders genoot onder de Hongaarse communistische volksrepubliek een enorm prestige en had de volle aandacht van de communistische leiding. BVSC heeft vele Europese, Wereld, en Olympische schermkampioenen voortgebracht (http://vivasoktatas.hu/bvsc-vivoszakosztaly-rovid-tortenete/).


[2] Aladár Gerevich is de ongeëvenaarde Hongaarse schermlegende. Hij is ‘the greatest Olympic swordsman ever’ met tien olympische medailles waarvan zes goud op het onderdeel sabel behaald op Olympische Spelen tussen 1932-1960. Hij staat zestiende op de ranglijst van beste olympiërs ooit. Hij was maître bij BVSC van 1971-1975.


[3] Onder de supervisie van maître Nagy werden Andries Tóth in 1980 op floret en Pieter de Bruin in 1990 op sabel in de kleuren van Pallós Nederlands Kampioen. Tóth zou daarna nog drie keer NK floret worden: 1984, 1985 en 1990 maar niet meer als vertegenwoordiger van Pallós.


[4] De naam PALLÓS is afgeleid van de wortel PAL in het Hongaars dat ‘slag, klap (met wapen)’ betekent. De wortel is verwant met de wortel BAL die in het Hongaarse woord voor ‘Bijl’ BALTA voorkomt (merk op dat deze wortel overigens ook in het woord BIJL terugkeert). De naam van een tweezijdig, scherp, recht, en breed zwaard of slagwapen, namelijk PALLOS is eveneens van de wortel PAL afgeleid. Dit wapen werd in Hongarije vooral als executiewapen gebruikt door beulen. Merk op dat in PALLOS de O kort is; in de naam van onze vereniging is de Ó daarentegen lang wat refereert naar degene die de PALLOS hanteert. De juiste betekenis van PALLÓS is dus ‘zwaardvechter’ of met een wat meer modernere interpretatie ‘oerschermer’.


OPROEP AAN PALLÓSLEDEN EN ANDEREN DIE ONDER SCHERMLERAAR NAGY GETRAIND HEBBEN: het zou mooi zijn om een aantal foto’s van maître Lajos Nagy te plaatsen. Helaas heeft de meester zelf geen foto’s meer uit die tijd. Graag verneem ik uw reacties (lkmaracz@ziggo.nl).

Schermen en Hongaren (II): Schermen in Sopron

Geplaatst 4 nov. 2016 07:38 door Melle Berg   [ 21 jan. 2017 07:39 bijgewerkt ]

Sopron is de meest noordwestelijke stad van Hongarije. De kleine stad van zo’n vijftig duizend inwoners ligt op de Oostenrijks-Hongaarse grens, zo’n 60 kilometer onder Wenen. Op maandag 24 oktober breng ik een bezoekje aan het stadje. Ik heb contact opgenomen met de plaatselijke schermvereniging, Soproni Líceumi Vívóegylet (Schermvereniging Soproner Lyceum) geheten, die me uitgenodigd heeft om een schermtraining bij te wonen.

Schermen op school
Het schermen in Sopron heeft een lange traditie en is begonnen in de eerste jaren van de 20e eeuw. De plaatselijke vereniging heeft zijn huidige naam echter pas in 2000 gekregen, toen de Soproner schermvereniging intrek nam in het Evangelisch Lyceum van de stad. De vereniging mocht de ruime gymzaal van de school gratis gebruiken voor trainingen en wedstrijden, maar moest in ruil wel de naam van de school aannemen. De schermvereniging kan zo voordelig meeliften op de financiële ondersteuning die de school krijgt. Het Hongaarse Ministerie van Onderwijs doneert geld aan scholen in het land om sport- en trainingsattributen te kopen en het Lyceum heeft een jumelage met een Duits - eveneens Evangelisch - Lyceum, dat af en toe de zusterschoolschenkingen doet aan schermmaterialen. Op die manier zit de vereniging goed in haar schermattributen.
    Het is een typische ‘win-win’ situatie. De school krijgt veel meer prestige, omdat het een schermvereniging in huis heeft en de vereniging biedt de schermtrainingen zo’n beetje kosteloos aan en niet geheel onbelangrijk: er is een constante stroom van schermtalent - leerlingen van de school en andere gymnasia in de stad - die zich op school aanmelden bij de schermvereniging.
    Het is donker als ik om half zes aankom bij de school. Het Lyceum bevindt zich in de binnenstad van de stad aan het Széchenyi Plein. De statige gebouwen aan het plein ademen de sfeer van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie. Ik loop het schoolgebouw binnen en op de tweede verdieping vind ik de gymzaal. De training is net begonnen. Zo’n vijfentwintig kinderen tussen de vijf en twaalf jaar oud hebben zich verzameld en er is een veteraan komen opdagen.

Het Hongaarse wapen

Mijn gastheren, de maîtres Zoltán Bolodár en Ádám Magas, zijn enigszins verbaasd dat ik de moeite heb genomen om de training in Sopron te komen bekijken. Dan is er de herkenning, wordt de sfeer hartelijk en beleef ik een genoeglijke inkijk in de basis van de Hongaarse schermsport. Op mijn beurt ben ik weer verbaasd dat de Soproner schermvereniging alleen op sabel schermt. De training begint met een warming-up en de gebruikelijk stretch-oefeningen. Magas neemt de groep kinderen onder handen die in september met schermen zijn begonnen en gemiddeld drie dagen per week trainen. De veteraan is in een hoek van de gymzaal bezig aan zijn warming-up.
    Bolodár en ik gaan er eens goed voor staan. Bolodár legt uit: “De keuze voor sabel is een traditie in Sopron, sowieso is het in Hongarije beter om je te specialiseren op één wapen vanwege de vele verenigingen en dan is de sabel, die in Hongarije gezien wordt als het Hongaarse wapen een logische keuze. Desondanks is het wel moeilijk om vanuit Sopron de landelijke en internationale top te bereiken. De concurrentie met de grotere steden in Hongarije en natuurlijk de hoofdstad en schermcentrum Boedapest is moordend, en uiteindelijk is schermen een kostbare en tijdsintensieve sport. De vereniging draagt wel wat bij in de kosten van kinderen die op een hoger niveau schermen, maar de ouders moeten er wel geld in willen steken. Dat is in Hongarije niet zo eenvoudig. Er is een goede landelijke competitie waar op competitiedagen de hele dag wordt geschermd. Kinderen die niet door de voorrondes heen komen, werken die dag hun eigen competitie af, net als de kinderen die wél door de voorrondes komen.”
    Dan ratelen de sabels in de gymzaal en hoor ik de stem van Magas. Ik zie dat de kinderen zonder handschoen aan het schermen zijn en als ik dat opmerk, glimlacht Bolodár wat laconiek. “Ja, wij adviseren de kinderen om een handschoen aan de Kerstman te vragen, tot die tijd schermen ze zonder handschoenen.” Ik zie ook jonge kinderen van vijf-zes jaar. “Ja, dat zijn kinderen waarvan een ouder broertje of zusje al bij ons schermt. Dat is een ballotagecriterium. Op deze wijze wordt het schermen in het gezin gepromoot en is er dus meer motivatie en uitwisseling van kennis te verwachten.”

Demonstratie
Inmiddels is de veteraan klaar voor de één-op- één training met de instructeur. Bolodár zet een stoel voor mij klaar en dan begint de demonstratie. Maître Bolodár beweegt zich soepel en de veteraan krijgt er flink van langs: een serie typische sabeltouchés op het masker van de instructeur wordt eindeloos geoefend. De veteraan houdt het na een goed half uur voor gezien en druipt afgepeigerd af. Na afloop van de sessie komt Bolodár, die zelf actief is in het internationale seniorenveld naar me toe en laat de sabel tussen zijn middelvinger en duim rollen. “Dit is het essentie van schermen op sabel, alleen spanning op de twee vingers, de rest van het lichaam is volledig ontspannen, en hoe ontspannener je bent, hoe meer je aan snelheid wint.” doceert de maître.
    Bolodár nodigt me uit de volgende keer een week te komen trainen in Sopron. “Elke avond tussen 17.30 en 19.00 zijn we aan het trainen, behalve 's woensdags.” We spreken af elkaar in ieder geval in Szombathely te ontmoeten, een stad zo’n zeventig kilometer ten zuiden van Sopron. In juli is er een groot internationaal schermkamp met de deelname van rond de 600 internationale schermers. “Ádám en ik zijn er ook”, zegt Bolodár en vele andere Hongaarse toptrainers, terwijl ik afscheid neem, bedank ik hem hartelijk voor de demonstratie.

Schermen en Hongaren (I): Hongaarse schermleraren in Utrecht

Geplaatst 9 okt. 2016 11:56 door Laszlo Maracz   [ 21 jan. 2017 07:40 bijgewerkt door Melle Berg ]

Hongaarse schermleraren in Utrecht

Prof. Dr. László Marácz [1]

Hongaarse schermleraren zijn in Utrecht actief geweest om het schermen, een nationale sport met een lange traditie in Hongarije, in de Domstad van de grond te tillen. Het begon allemaal met maître Ádám Béla (1908-1981), die na de Tweede Wereldoorlog in Nederland terecht was gekomen. Hij had in Hongarije als officier (kapitein) in het Hongaars koninklijk leger gediend. Ádám Béla, die in het Transsylvaanse Lugos was geboren, had de wijk genomen voor de communisten die het na de Tweede Wereldoorlog in Hongarije voor het zeggen kregen. Als officier van het Hongaars koninklijk leger liep hij een groot risico vervolgd te worden. Het was begrijpelijk dat Ádám Béla en vele andere officieren naar het vrije Westen vluchtten. Nederland, waar Hongarije al eeuwenlange banden mee had onderhouden via het protestantisme en de academische wereld, was dan ook een logische keuze.
    Ádám Béla nam zijn kennis van het schermen uit Hongarije mee, want schermen net zoals paardrijden behoorde tot de standaardbagage van de Hongaarse officierenopleiding. [2] Vandaar dat de sportvereniging met een schermafdeling van het Hongaarse leger, Honvéd Budapest (Vaderlandverdediging Boedapest) veel internationale kampioenen heeft afgeleverd. Hieronder ook Géza Imre die dit jaar op de spelen in Brazilië in de Olympische finale net naast het goud greep op de degen en Emese Szász die wel goud haalde op degen dames. Ik zal in een vervolgbijdrage graag terugkomen op maître Ádám Béla en de Hongaarse militaire wereld met de kenmerkende harde, gedisciplineerde schermtraining die hij ook in Utrecht uitdroeg. Béla gaf trouwens schermlessen in het gebouw van de Muziekacademie aan de Mariaplaats. Zijn naam zal altijd verbonden zijn de eerste echte schermvereniging in Utrecht.
    In 1976 werd de schermvereniging van Ádám Béla overgenomen door een andere Hongaarse schermleraar, Lajos Nagy (1945-). Maître Nagy was lid geweest van de Hongaarse nationale schermselectie in de jaren zeventig van de vorige eeuw en was kort voor zijn komst naar Nederland nog bondscoach van Oostenrijk geweest. Hij had Hongarije verlaten, omdat hij verder weigerde om onder het communisme waarvoor ook Béla was gevlucht te dienen. In Utrecht kon Nagy aan de slag als schermleraar omdat Béla met pensioen was gegaan.
    De dynamische Nagy was in 1976 pas 32 jaar en zat boordevol plannen. Een ervan was de oprichting van een wat modernere schermvereniging, die het schermen in Utrecht en Nederland van een nieuwe impuls moest voorzien. Nagy had nog een vluchtelingenstatus, toen hij in 1977 besloot om de schermvereniging Pallos op te richten. Hij en zijn vrouw werden pas in 1978 (3 oktober van dat jaar) tot Nederlander genaturaliseerd op voordracht van vorstin Juliana, grootmoeder van onze huidige Koning Willem Alexander.
    Het zwaard sneed zoals altijd aan twee kanten. Hij vernoemde de Utrechtse schermvereniging naar het Hongaars slagwapen pallos geheten maar de inspiratie hiervoor moet ongetwijfeld van zijn vrouw zijn gekomen. Haar meisjesnaam, (Vilma Judit Pallos, 1945-) was pallos en de naam van onze vereniging, Hongaars en al, kan daarom geen willekeurige keuze van Nagy zijn geweest.

De volgende keer een bijdrage over wat het woord pallós precies betekent in het Hongaars.


[1] László Marácz werd in 1960 geboren in Utrecht. Zijn ouders verlieten Hongarije na de Hongaarse Opstand in oktober 1956. Hij kreeg in 1976-1977 een jaar schermtraining van maître Nagy en heeft sinds kort het wapen bij Pallós weer opgepakt.

[2] Zie voor de adellijke mentaliteit en discipline onder de officierenkaste van het Hongaars koninklijk leger de biografie over Géza Hazslinszky-Krull von Hazslin, een andere Hongaarse officier dienend in het Hongaars koninklijk leger die na de Tweede Wereldoorlog in Nederland terechtkwam. Hazslinszky kreeg een belangrijke functie in Nederland. Hij werd paardentrainer van de Oranjes in de Koninklijke Stallen in Den Haag. Hazslinszky leerde de kinderen van koningin Juliana en Prins Bernhard paardrijden en werd later bondscoach in dienst van de KNHS: De paardenfluisteraar van Oranje door Jan S. Maiburg, Aspekt, 2012.

1-8 of 8