Schermen en Hongaren (VI): Over het moderne sabelschermen en hoe er mee om te gaan

Geplaatst 18 apr. 2017 06:07 door Melle Berg   [ 18 apr. 2017 06:09 bijgewerkt ]

Op 19 maart 2016 zond de Hongaarse televisie een gesprek uit tussen de oude meester, de meervoudig Olympisch en wereldkampioen op sabel, Tibor Pézsa (82), en András Szatmári (24), grote belofte van de Hongaarse sabelsport die op de elfde plaats staat van de FIE ranking (fie.org). Het gesprek, dat bijna een uur duurde, ging over de grote veranderingen in de schermsport in het algemeen en meer in het bijzonder in het domein van de sabel. Pézsa verzorgt momenteel de trainingen van de Hongaarse nationale damesselectie sabel. Szatmári begon zijn loopbaan onder György Gerevich (de zoon van de legendarische sabelkampioen Aladár Gerevich, die we nog kennen uit editie III, red.) bij sportclub Vasas in Boedapest. De Hongaren zien de sabel nog steeds als hun nationale wapen en verwonderen zich erover wat er in de sabelsport het laatste decennium gebeurd is. Pézsa stelt het als volgt. “We zijn de hegemonie over het sabelschermen kwijtgeraakt. Heeft de rest van de wereld alles van ons afgekeken of hebben we niet de evolutie doorgemaakt die de andere (vooral de Koreanen, LM) wel hebben doorgemaakt? We moeten deze vraag grondig bestuderen.”
Het gesprek werd een boeiende confrontatie tussen jong en oud, ervaren–onervaren, en olympisch goud- en de hunkering naar olympisch goud. Uit deze spanning kwamen belangrijke lessen over het moderne schermen naar voren.
Volgens Szatmári is het sabelschermen een grote sprintwedstrijd geworden waarbij het belangrijk is wie de aanval toegewezen krijgt op basis van de snelste start. Hierbij gaat het om fracties van een seconde. Verder is het schermen veel meer fysiek geworden. Het is bijna niet meer mogelijk om in de top mee te komen boven je veertigste. De Italiaanse sabreur Aldo Montano is een uitzondering.
Volgens Szatmári is de mentale voorbereiding wel belangrijk maar niet het allerbelangrijkste. Wel is het volgens hem nodig om focus te houden. In Grand Prix wedstrijden is het tegenwoordig bij 13-8 nog niet afgelopen. Een misser kan ervoor zorgen dat de tegenstander terug kan komen in de wedstrijd en de scheidsrechter meekrijgt. Szatmári observeert ook dat techniek minder belangrijk is geworden. Deelnemers aan Grand Prix wedstrijden hebben vaak een armoedige techniek. Dat geldt inmiddels ook voor sommige Hongaarse schermers.
Volgens Pézsa blijft techniek weldegelijk van belang. Snelheid van de actie heeft met de beheersing van de techniek van het wapen te maken. Snelheid van een actie kan vergroot worden door alle elementen van een actie apart te analyseren en te perfectioneren, dat is de essentie van de Hongaarse school. Training is volgens Pézsa van fundamenteel belang: excellente trainers, maar ook het hoge niveau van de sparringpartners is van belang, en daar ontbreekt het tegenwoordig aan. “Szatmári kan op zijn niveau met niet zoveel andere Hongaarse sabreurs trainen. Vroeger stonden er in een Hongaarse schermzaal een dozijn olympische kampioenen. Dat is niet meer zo. Dat is een probleem.” Taktiek is wezenlijk en deze is gebaseerd op een diepgaande bestudering van de tegenstanders. Volgens Pézsa is schermen geen schaken, geen automaat. Schermers dienen op de training veel verschillende opties aangeboden te krijgen, twee, drie, vier, of vijf. De situaties op de trainingen moeten altijd gecontextualiseerd worden. Denken loopt parallel met techniek. “Een houw op het masker is geen houw op zich maar bevindt zich altijd in een concrete situatie.” Szatmári: In het moderne sabel zijn de benen belangrijker dan de armen geworden. Om de moderne directe aanval “de sprint” uit te voeren is het trainen van been- en rugspieren van belang, voor de opbouw van snelheid. Volgens Pézsa kun je schermen vooral trainen door te schermen en is dit niet te vervangen met andere sporten.
Szatmári observeert dat de opkomst van de Koreanen de laatste vijf-zes jaar een grote verrassing is. “Ze beschikken nauwelijks over techniek, wel over een enorme conditie, snelheid en veerkracht. Dat laatste is waarschijnlijk niet haalbaar voor Europeanen in diezelfde mate. Het sabelschermen is gesimplificeerd tot aan het lachwekkende toe, veel simultane en “sprintjes” vanaf de start. De Koreanen denken niet bij het schermen, maar handelen automatisch. Er zitten geen diepere gedachten achter, je kunt dat alleen door ‘afstand’ verdedigen, hierdoor is er geen strijd en is de preparatie overbodig.” Volgens Szatmári reageren de Koreanen niet op hun tegenstander maar duwen ze gewoon door. Pézsa die vindt dat een schermer eerst drie Olympische cycli moet hebben doorlopen om tempo te beheersen gelooft daar niets van en ziet weldegelijk mogelijkheden om de hardlopers te beteugelen.
Volgens Pézsa is de analyse van de tegenstander wezenlijk en moet je op basis daarvan een bewuste actie bepalen. Als je Koreaanse tegenstander slechts twee acties beheerst, dan moet je in staat zijn die twee acties te neutraliseren. Volgens Pézsa is de controle van afstand belangrijk geworden, de verandering van het schermen heeft te maken met afstand. Er zijn volgens hem verschillende taktieken die tegen de snelle sprint van Koreanen en andere hardloopschermers kunnen worden ingezet: 1. Bij een directe aanval van je tegenstander vanaf en garde niet naar achteren weglopen maar tot het laatst mogelijke moment wachten, dan wering inzetten, eventueel met een pas terug. Hier is snelle wering en voetenwerk effectief; 2. Snelle interceptie via aanval op het wapen, beat of binden. Het effect hiervan is dat aanvaller zijn greep opnieuw moet aanknijpen. Dan is er ruimte om tegenaanval in te zetten; en 3. Schijnbewegingen (steken en weringen) kunnen al op de startpositie worden ingezet. Van het eerste moment van de start tot het overbruggen van de drie meter is qua tijd heel veel en is er dus nog genoeg tijd om schijnbewegingen in te zetten. Dat kan bijvoorbeeld via voetenwerk, arm- en handbewegingen. Deze dienen ertoe om de tegenstander onzeker te maken over zijn aanval.

Comments