Schermen en Hongaren (V): tien vragen aan David van Nunen

Geplaatst 12 feb. 2017 05:55 door Melle Berg

László Marácz (LM): Wanneer ben je begonnen met schermen?


David van Nunen (DvN): Op mijn 10e ben ik begonnen met schermen, dus in 2005.


LM: Je schermt op degen. Waarom je keuze voor dit wapen?


DvN: Met degenschermen ben je het meest vrij in je actiekeuze; je mag het hele lichaam raken en je hoeft geen rekening te houden met het recht van aanval. Hierdoor ben je ook minder ‘afhankelijk’ van de scheidsrechter. Deze vrijheid brengt juist wel weer een heel scala aan tactieken met zich mee.


LM: Wat zijn je belangrijkste resultaten tot nu toe?


DvN: Afgelopen EK zijn we 11e geworden met het Nederlands team. Verder heb ik twee keer brons gehaald op het Nederlands kampioenschap en was ik finalist bij de internationaal sterke Reutlinger Allstar Cup in 2015.


LM: Je bent lid van de Nederlandse degenselectie. Wat zijn je doelstellingen?


DvN: Dit jaar ligt de uiteindelijke focus op het WK Leipzig in juli en de Universiade te Taipei in augustus. De afgelopen jaren heb ik enorme sprongen gemaakt in niveau en dat wil ik doorzetten. De spelen in Tokio (2020) zijn dan het focuspunt.


LM: Schermen in Nederland staat internationaal niet hoog in aanzien. Wat betekent dat voor jou als topschermer?  


DvN: In Nederland hebben we weinig schermers op hoog niveau. Dit betekent dat kwaliteitsparring lastig te vinden is. Ook hebben wij geen reguliere nationale trainingen en voorzieningen. Hierdoor is het altijd erg zoeken naar de juiste trainingsmogelijkheden. Zo train ik bij vier verenigingen in Nederland (waaronder s.v. Pallós in Utrecht) en reis ik voor wedstrijden meestal naar het buitenland af.


LM: Je bent net terug van een toernooi in Hongarije. Hoe ver ben je in het toernooi gekomen en wat heb je geleerd?


DvN: Bij het U23 toernooi in het Europees circuit in Hongarije ben ik 12e geworden. Het is duidelijk te zien dat de Hongaarse top veel breder is dan de Nederlandse.


LM: Noem een aantal verschillen tussen de schermsport in Hongarije en Nederland.


DvN: In Hongarije ligt het basisniveau van schermers hoger dan in Nederland. Hongarije behoort ook altijd tot de wereldtop. Technisch is er ook heel veel kennis en een eigen - Hongaarse -  stijl van  schermen. In Nederland hebben wij ook een Hongaarse bondscoach en wanneer ik met hem train, dan let hij ook veel meer op de technische uitvoering van hoe je een actie maakt dan Nederlandse trainers.


LM: Hoe zou de schermsport in Nederland op een hoger niveau gebracht kunnen worden?  


DvN: De top moet breder worden voor een betere onderlinge sparring. Afgelopen jaren heeft de bondscoach Gábor Salomon veel talentvolle schermers getraind en ook trainers verder opgeleid. Het was zichtbaar dat het niveau omhoog ging van Nederland. Nu zijn er geen financiën meer vanuit de bond voor een fulltime bondstrainer en hebben we slechts enkele weekenden in het jaar trainingskampen waar Gabor aanwezig is. Wij, de schermers, moeten elkaar opzoeken en elkaar op  een hoger niveau helpen. Om de gemiste les te compenseren is het DBT (degen begeleidings team) opgericht met enthousiaste talentvolle trainers die de selectie training geven. Omdat wij weinig faciliteiten hebben, moeten we ook zelf actief bezig zijn met zoeken naar hoe we beter kunnen worden. Ook een wedstrijdbudget zou helpen, zodat de topschermers zich kunnen focussen op het schermen en er minder naast hoeven te werken (of minder in de schulden lopen).


LM: Je studeert industriële vormgeving aan de TU in Delft. Denk je ook na over innovatie in de schermsport?


DvN: Jazeker, vorig jaar heb ik bijvoorbeeld een project gedaan binnen studie voor het maken van een nieuwe handgreep voor de degen. (zie artikel: tudelft.nl)


LM: Je bent student. Heb je wel genoeg tijd voor het studentenleven naast topsport?


DvN: Haha, niet bijzonder veel. Over het algemeen is het dagelijks ’s ochtends kort trainen, dan studie tot half zes, vervolgens eten en dan ’s avonds trainen. In de weekenden wedstrijden of werken om het financieel allemaal rond te krijgen. Dus ja, dan zit het al aardig vol.
Comments